Kijk live| Luister live| Webradio| Mobiel| Twitter| Facebook| Teletekst| Tip de redactie: nieuws[apenstaartje]rtvnh.nl of bel 020 8 505 404

Tilt! - Wielrenners en auto's
29 nov 2011 15:26
Fred Segaar groot
De column van Fred Segaar, eindredacteur sport.

Wielrenners zijn snelheidsverslaafden. Logisch dus dat ze graag in auto's scheuren. Niki Terpstra is er zo één. Het zal wel toeval zijn geweest dat het boek over Franco Ballerini op mijn nachtkastje lag terwijl Terpstra zondagavond in Noord-Holland Sport te gast was. Beroepswielrenner Terpstra (Quick Step) heeft het autosportbloed doorgekregen van zijn vader die een groot fan was van Niki Lauda, de Oostenrijker die ooit ernstig verminkt uit een brandende formule I-bolide stapte en in Noord-Holland dus een bewonderaar heeft die zijn zoon naam hem heeft vernoemd.

Ballerini was een fanatiek rallyrijder en die passie werd hem fataal toen de auto waarin hij bijrijder was, in februari 2010 in de buurt van Pistoa tegen een muurtje botste. Hij was pas 45. 'Ciao Ballero' heet het boek waarover ik het had. Het is een ode aan de wielrenner Franco Ballerini. Minutenlang kan ik staren naar de foto's die zijn gemaakt tijdens zijn begrafenis en hoe langer ik kijk, hoe meer oud-wielrenners ik herken rond de doodskist.

Wielrenner Franco Ballerini dankte zijn faam aan de haat-liefdeverhouding die hij onderhield met de klassieker Parijs-Roubaix. De oprijlaan van zijn villa waar zijn weduwe en twee kinderen nog steeds wonen, bestaat uit de originele Noord-Franse keien waarop hij twee keer, in 1995 en in 1998, naar de overwinning reed. Het zijn niet die zeges maar zijn grootste nederlaag in de editie van 1993 die mij tot één van zijn grootste fans heeft gemaakt. Méér nog dan de manier waarop hij verloor, heeft hij mij met zijn reactie na afloop voor eeuwig voor zich gewonnen. Het is voor mij de bevestiging geweest van de wielerspreuk die zegt dat je eerst verloren moet hebben om te kunnen winnen.

Ballerini was dat voorjaar van 1993 zó sterk, dat hij deze Parijs-Roubaix desnoods in een massaprint (Ballerini sprintte als een oud wijf) had gewonnen. Bij het binnenrijden van het plaatselijke vélodrome had hij niet een heel peloton maar slechts één renner in zijn wiel, de Fransman Gilbert Duclós-Lasalle, een ervaren rot met piste-ervaring bovendien, iets dat ontbrak aan Ballerini's opleiding. Wat de Toscaan ook miste, was het inzicht om wielerfinales in zijn voordeel te beslissen. Vaak zat hij mee voorin maar meestal werd hij geklopt omdat anderen sneller waren en als ze niet sneller waren, waren ze slimmer.

Maar deze aprildag zou alles anders zijn, wist Ballerini. Hij voelde zich zó sterk dat tien Ducló's hem niet van de zege zouden hebben afgehouden, zeker deze Fransman niet die nauwelijks zijn wiel kon houden. Duclós-Lasalle smeekte hem de laatste kilometers niet nóg harder op de trappers te stampen zodat hij tenmiste in zijn wiel kon blijven en tweede kon worden – ook mooi voor een Fransman in eigen land. In plaats van de Fransoos te wantrouwen, zag Ballerini geen enkele dreiging in diens smeekbede.

Ploegleider Patrick Lefevere waarschuwde Ballerini nog dat hij moest oppassen voor de sluwe vos die als een schaduw achter hem aan fietste. Maar de Italiaan lachte de aanwijzing weg. Moest hij bang zijn voor een Fransman die al blij was dat hij met hem mee mocht rijden? Op de wielerbaan van Roubaix fietste Ballerini naar de finish alsof hij er alléén reed. Van Duclós zou hij niets te vrezen hebben, dus waarom zou hij nog tactische manoeuvres uithalen? Totdat de Fransman – je voelt hem al aankomen – over een venijnig eindschot bleek beschikken en naast de onoverwinnelijke Ballerini kwam.

Met het blote oog was nauwelijks waar te nemen wie er had gewonnen, maar Ballerini was zó overtuigd dat die aprildag zíjn dag was, dat hij vast een ereronde reed. Maar de fotofinish besliste enkele minuten later anders. Niet Ballerini maar Duclós had gewonnen. Ontroostbaar liet Ballerini zich op het gras van het middenterrein vallen. Eenmaal opgestaan begon hij – heel opvallend- zijn haar te kammen. Verslaggevers bestookten hem met vragen, maar Ballerini zweeg en kamde door. Totdat hem werd gevraagd wat hij fout gedaan.

Zijn antwoord was ontroerend en ontnuchterend: 'Dat ik ooit heb besloten om wielrenner te worden.' Vanaf dat moment was ik fan.

Ballerini overwoog te stoppen met wielrennen, maar hij kwam tot inkeer en besloot revanche te nemen voor zijn smadelijke nederlaag. Dat lukte. Hij won nog twee keer, steeds na een machtige solo. Na zijn carrière werd Ballerini bondscoach van de Italiaanse ploeg, een opmerkelijke keuze want Ballerini had de naam een domme renner te zijn geweest. In de volgauto bleek hij zijn zenuwen beter te beheersen dan op de fiets. Onder zijn leiding werden Mario Cipollini, Paolo Bettini, twee keer zelfs, en Allesandro Ballan, wereldkampioen.

Niki Terpstra krijgt vaak vragen over de gevaren van de autosport, zo ook van ons zondagavond. Zijn standaard antwoord is dat de sport die hij in zijn zijn vrije tijd doet veel veiliger is dan het beroep van wielrenner. Ik denk dat hij gelijk heeft.

Des te wranger is de manier waarop Ballerini is verongelukt. Als wielrenner reed hij duizenden kilometers over de hobbelige stenen in Noord-Frankrijk, nam hij in hoge snelheid gevaarlijke afdalingen – meestal zonder helm. En dan overlijdt hij terwijl hij als co-piloot goed beschermd in een auto tegen een muurtje rijdt.

Fred Segaar

Jouw foto bij dit bericht?
Heb je een goede foto gemaakt die hoort bij dit bericht? Stuur 'm naar ons toe en wellicht wordt jouw foto aan dit artikel toegevoegd.
Nu mijn foto uploaden

Log in om te reageren

Om te kunnen reageren op dit artikel moet je eerst inloggen. Heb je nog geen gebruikersnaam? Registreer je dan nu.
Gegevens kwijt? Ga naar wachtwoord vergeten om een nieuw wachtwoord aan te maken.

Reacties (0)

(Advertentie)

Heb je een tip?

Heb je een tip over een nieuws- of sportgebeurtenis in Noord-Holland? Laat het ons weten.

Mail de redactie

Meer nieuws over: columns

Meer nieuws over: Wielrennen

Meer nieuws over: niki terpstra