Honkbal is een kleine sport, maar in Haarlem - de stad waar ik lang heb gewerkt – is het de belangrijkste bijzaak in het leven. Met de Haarlem Nicols (inmiddels verdwenen), Kinheim, de Honkbalweek en het Pim Muliersportpark werd deze sport erg serieus genomen; als je het mij vraagt té serieus.
De Honkbalweek is leuk, maar de competitie stelt weinig voor en toeschouwers zijn er nauwelijks. Maar waar blijf je met dit verhaal nu de Nederlandse ploeg zo verrassend wereldkampioen is geworden?
Ik heb de laatste dagen vaak moeten terugdenken aan de periode rond de eeuwwisseling in Haarlem, dé honkbalstad van het land. Het was een tijd waarin wij van de krant bijna dagelijks berichtten over het Nederlands team dat zich onder leiding van Jan Dick Leurs voorbereidde op de Olympische Spelen in Sydney. Leurs en de toenmalige voorzitter van de honkbalbond Theo Reitsma, beter bekend als voetbalcommentator, gingen rollenbollend met elkaar over straat.
En zij waren niet de enigen. Ik deed er vrolijk aan mee.
De relatie van de krant met Reitsma is nooit optimaal geweest. Het vindt zijn oorsprong in Reitsma's plannen om Leurs, die goed lag bij de honkballers en ze naar Sydney had geleid, af te zetten als bondscoach ten faveure van zijn vriend Pat Murphy. Wij van de krant ontdekten dat Reitsma Murphy had gepolst nog voordat de populaire Leurs aan de kant was gezet. Niet handig van Reitsma, nóg onhandiger was het om zijn relatie met het Haarlems Dagblad op het spel te zetten door te ontkennen dat hij Leurs een streek had geleverd. Dat zou nooit meer goed komen.
Het werd nog erger toen Murphy later voor het eerst Antillianen, die in de Amerikaanse profcompetitie speelden, aan de selectie van Oranje toevoegde. Dit was tegen het zere been van enkele Kinheim-spelers die het slachtoffer waren van deze maatregel. In de krant penden wij onze vingers stuk en trokken als lokale krant partij voor de Haarlemmers. Reitsma was wéér woedend. Nog niet vergeten dat wij hem hadden ontmaskerd als leugenaar in de affaire-Leurs, voelde hij zich voor de tweede keer onheus bejegend. Reitsma wilde met mij praten, wat uiteraard geen probleem was.
Het werd een gesprek dat ik nooit meer zal vergeten.
Reitsma noemde mij racistisch omdat ik de Antillianen volgens hem niet als Nederlanders wenste te beschouwen, terwijl ik slechts de mening van de Haarlemse spelers in de krant had gezet. Zelden heeft iemand mij kwaaier gekregen. Ik liep de kamer uit, heb het gesprek na een afkoelingsperiode hervat, maar tussen mij en Reitsma is het nooit meer goed gekomen.
Ik ben hem later nog wel eens tegen gekomen bij Telstar, maar van een hereniging kwam het niet. Toch zou ik het nog wel eens met hem willen hebben over die periode. Ook ben ik benieuwd of hij wil toegeven dat de overstap van voetbalcommentator naar voorzitter van de KNVB een fatale stap in zijn loopbaan is geweest. Reitsma was namelijk een heel goede commentator, maar een heel slechte voorzitter.
Ook ben ik nieuwsgierig of hij mij mening deelt dat het – wereldgoud ten spijt - behelpen blijft met het honkbal in Nederland.
(Advertentie)
Heb je een tip?
Heb je een tip over een nieuws- of sportgebeurtenis in Noord-Holland? Laat het ons weten.
Log in om te reageren
Om te kunnen reageren op dit artikel moet je eerst inloggen. Heb je nog geen gebruikersnaam? Registreer je dan nu.
Gegevens kwijt? Ga naar wachtwoord vergeten om een nieuw wachtwoord aan te maken.