
Tegen de tijd dat de Flevopolders werden drooggemaakt waren de inzichten geheel veranderd. Het was niet langer belangrijk om iedere meter grond te reserveren voor akkerbouw. Er moest vooral leefruimte komen voor de bewoners. De polders werden ook niet meer vlak tegen het oude land aan aangelegd, want dat had verdroging van het aangrenzende land tot gevolg. Er kwamen ruime randmeren, waardoor oude vissersteden als Harderwijk aan het water bleven liggen. Grote stukken land werden als natuurgebied bestempeld. Na veel protesten werd besloten om de volgende polder, de Markerwaard, niet meer droog te leggen.

Flevoland, de twaalfde provincie van Nederland, moest een gebied worden met alle faciliteiten voor de nieuwe bewoners. Er was ook ruimte om te experimenteren met allerlei architectonische experimenten. Niet langer werden saaie eenvormige rijtjeshuizen gebouwd, maar er was juist ruimte voor experimenteel bouwen met een grote inbreng van de bewoners.