Javascript Menu by Deluxe-Menu.com
Logo RTVNH
Donderdag 2 september
Tip Redactie

Het werk aan de drooglegging

Een van de pioniers in de Noordoostpolder heeft vastgelegd hoe het leven toen was:

" In zo’n polder was niets maar dan ook werkelijk niets. En als dat vlak aan de rand is dan is dat geen bezwaar, maar naar korte tijd dan moest je er toch verder in en toen is men ook daar arbeidskampen gaan bouwen en wanneer je daar in terect kwam was dat niet zo best. In ben in eind 1941 in kamp Ramspol gekomen dat toen geopend werd. Het was een strenge winter en er was niet eens water. Dat werd met een boot aangevoerd als het niet te hard vroor. Toen het streng winter was kon dat ook niet meer, en dan haalden we sneeuw buiten vandaan en die zette we op de kachel en dan hadden we wat water, we shcoren ons met koffie want een keer daags kon je dan zo’n gamel koffie halen en dat was dan nog warm want een baard eraf met koud water was helemaal een verschrikking. We hadden een karbiet lamp en geen radio, geen krant, geen telefoon, we hadden niets maar dan ook letterlijk niets, En wanneer je het trof dat je in een kamp kwam dat een eind de polder in was dan was je werkelijk van god en alle mensen verlaten, dat was een hele, hele eenzame toestand. Als een collega geen broek had gaf je de broek die je zelf had en als hij geen brood had dan sneed je een plak van je eigen brood af. Je hielp elkaar overal mee".


Gedichtje geschreven door Wim de Vries:
Kampleven
Alleen om eten en een droge huid
iets warms - en rusten op een harde krib
Aan elke laars kleeft nog een kluit,
Die greppel kost ook mij de laatste rib.
Rondom je vrienden in het eenzaam lot,
Slechts eenmaal spreekt men hier Godlof,
Met een taal die met de netheid spot
Over veertien dagen weer verlof.