
De eerste polder van de Zuiderzeewerken die werd drooggemalen was de Wieringermeer. Bij Den Oever kwam het dieselgemaal Leemans en bij medemblik het elektrische gemaal Lely bij Medemblik, gebouwd door de Haagse architect Dirk Roosenburg. Op deze manier konden nooit beide gemalen buiten dienst raken door een stroomstoring. In een half jaar tijd was 700 miljoen kubieke meter water weggemalen. Achter de dijk bleef een woestijn van zand en modder achter. De overheid was jaren bezig om de grond in cultuur te brengen voordat de boeren aan de gang konden.

Uit het hele land kwamen boeren naar de nieuwe polder om een bestaan op te bouwen. Het land werd in pacht uitgegeven. De overheid bouwde boerderijen volgens een uniform model. Er werden dorpen gesticht op zorgvuldig uitgekiende plaatsen. Maar juist toen naveel zwoegen de grond vrucht op begon te leveren en het land leefbaar werd, brak de Tweede Wereldoorlog uit, die voor de Wieringermeer rampzalig eindigde. Op 17 april 1945 lieten de Duitsers uit wraakzucht op twee plaatsen de dijken exploderen. De hele polder stroomde opnieuw vol water. Het duurde maanden om de zaak weer droog te krijgen en de schade was groot.